DE GLUTEUS MEDIUS EN LAGE RUGPIJN:
EEN STUKJE VAN EEN GROTER PUZZEL
Bijna iedereen heeft er wel eens mee te maken gehad: lage rugklachten. Volgens het RIVM hadden in 2019 ruim twee miljoen Nederlanders rug- of nekklachten — iets vaker bij vrouwen en bij mensen met een lager opleidingsniveau. Deze blog richt zich op a-specifieke chronische lage rugpijn: klachten zonder aanwijsbare structurele oorzaak die langer dan drie maanden aanhouden.
Rugpijn is zelden één verhaal
Lage rugpijn is complex. Er is zelden één spier, structuur of oorzaak aan te wijzen. Pijn wordt beïnvloed door een samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren — denk aan slaap, stress, bewegingspatronen, werkomstandigheden en eerdere pijnervaringen. Dat maakt chronische rugpijn ook zo uitdagend: een enkelvoudige verklaring schiet tekort.
Dat neemt niet weg dat het bewegingsapparaat wél een rol speelt, en dat gerichte training zinvol kan zijn als onderdeel van een breder behandelplan.
Wisselende interventies, wisselend bewijs
In de loop der jaren zijn veel interventies geprobeerd. Manipulaties en mobilisaties blijken effectief bij acute rugpijn, maar nauwelijks bij chronische klachten. Massage was lange tijd populair, en momenteel is dry needling veel in zwang — hoewel onderzoek uitwijst dat het niet effectiever is dan andere interventies. Dit illustreert hoe moeilijk het is om bij chronische rugpijn één aanpak als dé oplossing te positioneren.
De betrokkenheid van de heup - en de gluteus medius
Bij Neuroreset Fysiotherapie kijken we verder dan alleen de pijnlocatie. Bij rugklachten beoordelen we standaard ook de functie van heupen en voeten. Wat daarbij opvalt: de heupspieren zijn bij veel patiënten verminderd belastbaar of tijdelijk zwakker dan verwacht.
Eén spier die daarin regelmatig een rol lijkt te spelen is de gluteus medius — de spier aan de buitenzijde van de heup die verantwoordelijk is voor zijwaartse beenheffing, stabiele stand en een gelijkmatig looppatroon.
Meerdere studies op PubMed ondersteunen een verband tussen heupspierzwakte en chronische a-specifieke lage rugpijn:
In een onderzoek onder ruim 2.000 mensen bleek de groep met rugklachten zowel minder spierkracht als meer drukgevoeligheid in de gluteus medius te hebben ten opzichte van de pijnvrije controlegroep.
Een tweede studie vergeleek stabilisatieoefeningen alleen met een combinatie van stabilisatie én gerichte heupversterking. De gecombineerde aanpak bleek effectiever, waarbij training van de gluteus medius het meest bijdroeg.
Een derde onderzoek bevestigde dat mensen met chronische rugklachten een zwakkere en gevoeliger gluteus medius hadden, naast meer stijfheid in de heup en gevoeligheid rond de trochanter major.
Belangrijk voorbehoud: deze onderzoeken tonen een associatie aan, geen causaliteit. Een zwakkere gluteus medius kan bijdragen aan rugklachten, maar is niet per definitie de oorzaak. Bij sommige mensen is het een relevant aangrijpingspunt; bij anderen spelen heel andere factoren de hoofdrol.
Training: waar op letten?
Als heupspierversterking onderdeel is van het behandelplan, gelden de basisprincipes van krachttraining:
Frequentie: minimaal 2–3 keer per week
Intensiteit: voldoende uitdagend — een RPE van 7–8 is een goede richtlijn
Duur: minimaal 12 weken voor structurele aanpassing
Progressive overload: elke training iets uitdagender dan de vorige, via meer gewicht, meer herhalingen, langzamere uitvoering of een combinatie daarvan
De oefeningen zijn goed uitvoerbaar thuis, met lichaamsgewicht of een weerstandsband
CONCLUSIE
De gluteus medius kan een relevante factor zijn bij chronische lage rugpijn, en gericht trainen ervan is zinvol als onderdeel van een behandelplan. Maar rugpijn heeft zelden één oorzaak. Een goede beoordeling kijkt naar het gehele plaatje — beweging, belasting, herstel én de context van de persoon.
Heb je nog klachten?